RSS

Branded Content; de bijl aan de wortel van onafhankelijke journalistiek?

Anton-Jan Thijssen
  • Trends / 
  • 22 december 2009, 11:30 / 
  • Reacties 11 / 
  • Views 25306
Branded Content; de bijl aan de wortel van onafhankelijke journalistiek?

Er wordt steeds meer gediscussieerd over 'Branded Content', de mengvorm tussen redactionele en commerciële aandacht. En in welk kamp je ook zit; het is een interessante maar ook zorgwekkende ontwikkeling. In hoeverre blijft de kwaliteit van journalistiek gewaarborgd? In hoeverre worden kranten, magazines en sites straks (nog meer) commerciële fuiken, zoals we dat bij commerciële TV ook zien? Het antwoord daarop ligt, wat mij betreft, op drie vlakken: zelfregulering, de invloed van de oude garde journalisten die blijft vechten voor het journalistieke product en last but not least; jonge kritische journalistiekstudenten die binnen een redactie nog niet rekening hoeven te houden met commerciële belangen en adverteerders.

Zo'n potentiële journalist is Loes Reijmer. Voor haar Master Journalistiek aan de Universiteit Leiden schreef ze een artikel over branded content. Ze vroeg me of ze daarvoor mijn VI-Gillette-Molblog-stuk mocht gebruiken. Een tijdje later stuurde ze me het artikel, waarvoor ze een 9,5 kreeg. Wat mij betreft meer dan de moeite waard om hier te publiceren want van een hoger journalistiek niveau dan vele andere blogs die ik over dit onderwerp gelezen heb (including die van mezelf).

 

Vervagende scheidslijn tussen redactie en commercie
Door, Loes Reijmer

Wat we vroeger vooral kenden als sluikreclame in televisieseries, is ook de journalistiek niet meer vreemd: gesponsorde inhoud, oftewel branded content. Nu de journalistiek op de rand van de financiële afgrond staat, maakt de dagbladindustrie in toenemende mate gebruik van dit advertentiemiddel. Terwijl lezers zich vaak niet bewust zijn van de sponsoring, roeren critici zich: “De traditionele muur tussen redactie en commercie is een bouwval geworden, die niet langer gestut kan worden met redactiestatuten.”

Het fenomeen branded content is niet nieuw: al in 1999 leidde een controverse bij de prestigieuze LA Times tot hevige discussies over de scheiding tussen commercie en journalistiek in de VS. De krant bleek tot woede van de redactie een commerciële deal te hebben gesloten met een nieuw sport- en entertainmentpaleis. De LA Times sponsorde het nieuwe complex, en wijdde er een 168 pagina’s tellende zondagbijlage aan. De inkomsten uit advertenties, ongeveer 2 miljoen dollar, werden gedeeld met het sportcomplex. De betrokken redacteuren waren niet op de hoogte gebracht van deze afspraak en reageerden furieus. Ondanks publieke boetedoening van de hoofdredactie deed de controverse de vraag rijzen of betrouwbaarheid en winst verenigbaar zijn.

Wie de affaire bij de LA Times afdoet als Amerikaanse toestanden, komt bedrogen uit. In Nederland zijn we namelijk bepaald niet onbekend met gesponsorde redactieruimte. Denk bijvoorbeeld aan recensies van films, testresultaten van de nieuwste gadgets, of reisverslagen van exotische bestemmingen. Veelal zijn deze stukken door de redactie geschreven, maar tot stand gekomen in overleg met de adverteerders. “Decennialang waren binnen de journalistiek de redactie en marketingafdeling strikt gescheiden”, vertelt Bart Brouwers, hoofdredacteur van Sp!ts. “Ook bij ons was het aanvankelijk een taboe om redactieruimte te laten sponsoren. We kwamen echter tot de conclusie dat we toch over bepaalde producten wilden schrijven. Waarom zouden we dan niet samenwerken met de leveranciers van deze producten?”

Volgens Marnix Kreyns, directiesecretaris van de Koninklijke BDU en voormalig lid van de Raad voor de journalistiek, is de druk vanuit de commercie op de redactie zo oud als het bestaan van kranten: “Redactiestatuten zouden niet hebben bestaan als dat niet zo was. Decennialang hebben redacties met behulp van de statuten redelijk hun werk kunnen doen. Nu is er blijkbaar iets veranderd waardoor de helft van de hoofdredacteuren toegeeft soms onder de druk van de commercie te bezwijken.”

Volgens Kreyns is het traditionele verdienmodel van kranten de boosdoener: “Dit verdienmodel is stevig onder druk komen te staan. Enerzijds zijn de kosten de afgelopen jaren snel toegenomen: redactie, vormgeving en distributie werden steeds duurder. Tegelijkertijd namen de inkomsten uit advertenties en abonnementen sterk af.” Uitgevers hebben de laatste jaren geprobeerd deze problemen op te lossen door te snijden in redacties, en op steeds creatievere manieren adverteerders behaagd. Kreyns: “Dit is een dramatische combinatie : de kranten moeten vol, terwijl er steeds minder redacteuren zijn. Dan komt die door IKEA gesponsorde woonbijlage wel erg goed uit.”

De vraag is niet óf er gebruik gemaakt wordt van branded content, maar waar de grens ligt. In hoeverre bepalen adverteerders de inhoud eigenlijk? Een rondje langs de landelijke hoofdredacties leert dat men hier eenstemmig over is: de grens ligt bij hard nieuws. “Wij maken een strikte scheiding tussen nieuws en lifestyle”, zegt Jan Jaap Heij, hoofdredacteur van De Pers. “Daarnaast maken wij altijd duidelijk dat het om gesponsorde content gaat”. Niet alleen gratis kranten blijken gebruik te maken van branded content. Zo zegt De Volkskrant desgevraagd ook haar reizen te laten sponsoren: “Dat staat dan niet in het artikel, maar wel in de disclaimer. Bedrijven krijgen daar bijvoorbeeld een advertentie voor terug een aantal pagina’s verder”, aldus adjunct-hoofdredacteur Jan ‘t Hart.

Voor de lifestylekaternen maken kranten dus gebruik van sponsoring. “Dit is een bekend een-tweetje tussen marketingafdeling en redactie” stelt Kreyns. “De vraag die echt van belang is, is wat uit de krant bleef om die autodealer of bank te behouden als adverteerder. Dat weten helaas alleen redacties”. Brouwers van Sp!ts erkent dat de krant negatief nieuws over een adverteerder niet in de buurt van gesponsorde content zou plaatsen: “Dat betekent echter niet dat het negatieve nieuws niet in de krant komt. Daarvoor hebben we de nieuwspagina’s.” Volgens marketingspecialist Olaf Croon doen dagbladen wat betreft branded content in hoge mate aan zelfregulering: “Als ze dat niet zouden doen zouden ze hun geloofwaardigheid als journalistiek medium verliezen”.

Kees Buijs, docent communicatiewetenschap en Nederlands eerste krantenombudsman, trekt deze zelfregulering in twijfel. Volgens hem gaan hoofdredacties er in de praktijk soepeler mee om dan ze zeggen. Buijs’ voornaamste punt van kritiek is het gebrek aan transparantie: “Je kan als lezer niet achterhalen welke informatie betrouwbaar is. Kranten zouden hier veel opener over moeten zijn, bijvoorbeeld door hun richtlijnen en adverteerpartners op een website te publiceren. Het wantrouwen jegens de journalistiek is mede aan het gebrek aan transparantie te wijten.”

De vraag is of Buijs’ kritiek gedeeld wordt door de lezer. Critici zoals Buijs en Kreyns worden vaak afgeschilderd als oude rotten die het traditionele journalistieke bastion met man en macht proberen te verdedigen – tegen beter weten in. Toch zijn er ook kritische geluiden waar te nemen in de relatief jonge blogosfeer. Zo blogde Anton-Jan Thijssen onlangs zijn frustratie van zich af naar aanleiding van een interview met Thierry Henry in Voetbal International. “Ik lees de Voetbal International al sinds de jaren tachtig, en dat is altijd bevallen. Geen gekke commerciële dingen, geen aandacht voor privédingetjes van voetballers, geen poespas. Tot het interview met Henry.” Dat het interview omgeven was met Gillette-banners was volgens Thijssen tot daaraan toe. Maar dat de openingsvraag van het interview luidde: “U zit samen met Roger Federer en Tiger Woods in de nieuwe Gillette-campagne. Kent u Federer en Woods persoonlijk?” was hoogst opmerkelijk voor een ‘onafhankelijk weekblad’. Ramon Min, chef redactie van Voetbal International erkent dat dit merkwaardig is: “Als redacteur zie je wel eens dingen in het blad verschijnen die je minder vindt, zoals dit. Het was gewoon een enorme kans om Henry te interviewen, en helaas aan strenge voorwaarden van Gillette verbonden.”

Min is van mening dat lezers branded content accepteren: “Voor een interview met Henry nemen lezers het voor lief. Bovendien is het iets wat onze lezers wellicht minder opvalt.” Hij krijgt op dit punt bijval van Kreyns: “Persoonlijk ben ik van mening dat de bijl is gelegd aan de wortel van onafhankelijke, kritische en onverdachte journalistiek. Bij het lezen van de krant dringt zich in toenemende mate de vraag op welk belang er nu weer wordt gediend. Of de lezer daar net zo naar kijkt is een vraag die we vermoedelijk met ‘nee’ kunnen beantwoorden. En de lezer, daar doen we het toch allemaal voor?”
-- Loes Reijmer

Naschrift AJ Thijssen:
Vorige week op het Voetbal International voetbalmarketingcongres sprak Johan Derksen over de grens tussen commercie en redactie. Het voorbeeld van Henry-Gillette maar ook voorbeelden van de sponsoring van VI TV door Toto en Jupiler kwamen uitgebreid aan bod. Derksen, op de van hem bekende toon, verafschuwde de vermenging van commercie en redactionele onafhankelijkheid. Hij verafschuwde de opmerking die Jupiler een keer gemaakt had over de uitzending (dat er te negatief over de Jupiler League gesproken werd). Hij vindt het vreselijk dat hij op TV die Toto moet invullen. En hij verafschuwde het feit dat grote spelers tegenwoordig alleen maar bereikbaar zijn via hun sponsors, inclusief de daar bijhorende voorwaarden. Maar, en daar was hij het meest stellig in: “Mijn lezers willen Henry. En dus krijgen ze die. Dat kleine beetje commercie in woord en beeld zal ze een worst wezen.” Dus tot zover zijn (gespeelde?) woede. Redactioneel lullen, commercieel vullen? Gelukkig blijft VI vooralsnog het beste voetbalblad van Nederland.

Met een login kun je automatisch reageren, krijg je toegang tot extra content en profiteer je van leuke kortingen. Nog geen login? Registreer nu!

Alleen voor leden:
Laatst toegevoegde download: Logo’s leren lezen
Speciale aanbieding: Kom ook naar Digitaal Willen We Allemaal!

Reacties / 11  

Nog geen profiel? Meld je direct aan!

Dagbladen en tijdschriften zoals VI hebben nog redacties die stevig geworteld zijn in een journalistieke traditie. Bij vak- en businessbladen is dat een stuk minder, met als gevolg dat veel uitgevers inmiddels hoofdredacteuren hebben aangesteld die minder zeuren over dealtjes met adverteerders. De commercie kruipt op. Een onschuldige variant is die waarbij de redactie bijdragen laat schrijven door experts die zich willen profileren (kostenbesparing). Een herkenbare variant is die waar duidelijk wordt aangegeven: advertorial. Maar er komen steeds meer vakverhalen waarbij de deal is: wij een jaarcontract voor advertenties, jij tenminste tien pagina's redactioneel waarin ons merk naar voren komt.

Toine v/d Heijden
Toine v/d Heijden

din 22 dec 2009, 12:12

De opmerking dat er bij Dagblad De Pers een strikte scheiding van commercie en redactie hanteert, was in mijn tijd een aperte onwaarheid. In de tijd dat ik er sportjournalist was (2007-medio 2008), lag er een draak van een deal met de roeibond. Wij moesten stukken schrijven (heb ik overigens nooit gedaan, uit principe niet) over het roeien, daarbij werden reclames geplaatst van sponsors van de roeibond - zoals een vitamineboer...

Ook moest de naam van de hoofsponsor duidelijk in beeld komen op de foto's. Een drama, dit leidde telkens weer tot gigantische onrust bij de sport- en beeldredactie. We volgden tot die deal zelden tot nooit het roeien. Dat Jan-Jaap Heij dat niet weet, is niet zo vreemd. Hij was indertijd hoofdredacteur van De Pers Op Zaterdag. Maar het is wel onwaar wat hij zegt. Misschien dat ze het nu afgedekt hebben met die Hypotheek-deal, het zal wel...

Overigens vind ik nu dat branded content de redding van de journalistiek kan zijn. Als de journalistiek niet gauw slagen gaat maken met het verzinnen van manieren om geld te verdienen... *iets met uitsterven roept*... Tja...


Remco Janssen

din 22 dec 2009, 12:18

@toine Eens, commercie rukt op. Ook bij dagbladen en tijdschriften overigens. De onschuldige variant die je noemt heb ik in alle mediatypes gehoord en meegemaakt. Letterlijke quote van hoofdredacteur: "Als ik voor een bedrijfsprofiel moet kiezen tussen twee bijna-identieke bedrijven, dan kies ik voor het bedrijf dat ook adverteert." Logisch: ja. Erg? Licht eraan in hoeverre die bedrijven ook echt identiek zijn of dat de adverteerdersbril roze kleurt.

@Remco Iedereen heeft te maken met de grens commercie-redactie en iedereen speelt of worstelt ermee. Het heel hard roepen 'Wij zijn niet te koop' is bij voorbaat al verdacht, was twee jaar geleden ook al zo: http://u.nu/5fhb4 (zie discussie) . Volgens mij is dit allemaal een bewuste positionering van De Pers (gratis maar niet goedkoop) die af en toe wat boter-op-hoofd-reacties oplevert.

Anton-Jan Thijssen
Anton-Jan Thijssen

din 22 dec 2009, 12:35

Het is en blijft bijzonder, maar ook niet onlogisch. Als meneer Derksen zegt dat hij een sporter niet kan krijgen zonder de sponsor is daar natuurlijk een oplossing voor: betalen. Kranten en bladen leven bij de gratie van toppers. Die mensen worden zoveel gevraagd dat ze niet meer zo heel erg gediend zijn van free publicity, zeker een internationale man als Henry niet in Nederland. VI maakt daar winst op, dan betaal je dus iemand voor zijn tijd. Heel eenvoudig.

Als je dat niet wilt doen, zal je het via de sponsoren moeten doen, die de man er wel voor betalen. De grap is dat je daar dan als bedrijf nog aan verdiend ook. Alleen de lezer vind het minder.

Kleinere namen doen het graag gratis, die hebben geen probleem. Daar kan je ook een business van maken. Ik denk overigens dat als je iemand mee helpt naar de top te komen dat hij of zij doorgaans een stuk makkelijker is om met je te praten dan wanneer je pas interesse in iemand hebt als hij een de top staat. Niet voor iedereen, maar loyaliteit werkt doorgaans twee kanten op.


Bas van de Haterd

din 22 dec 2009, 13:15

Interessant stuk. Ja de commercie rukt op en de commercie wil zich dan ook nog vermommen als redactionele content. Ik hou daar niet van.

Neem tijdschrift voor marketing. Ja, Toine, daar schrijven tal van prominenten uit het vak voor, maar die krijgen er helemaal niets voor terug. Behalve de eer. User Generated Content, maar dan in print. Dat doen we al heel lang en past ook bij dit blad. We hebben nooit geschreven over adverteerders omdat ze adverteren. En zullen dat ook niet doen.

Ik vind nog altijd dat als er een stuk in het blad staat dat niet via de redactie gegaan is er in grote letters ADVERTORIAL, BRANDED CONTENT of iets anders moet staan dat het stuk onderscheidt van de rest.

Maar ik heb het dan ook makkelijk: het grootste deel van de inkomsten komt via abonnees die een hoge prijs voor die inhoud betalen. Die laten zich niet bedonderen. Maar dat er een strijd tussen de korte en lange termijn-denkers gaande is, is wel duidelijk...

Theo van Vugt
Theo van Vugt

din 22 dec 2009, 15:02

@Theo Ik had ook jou kunnen linken bij 'oplossing 2' i.p.v. Michael van Os :).

Anton-Jan Thijssen
Anton-Jan Thijssen

din 22 dec 2009, 16:12

@anton jan: iemand moet het fort verdedigen. Niet zozeer tegen commerciele belangen, want daar denk ik best aan. Maar tegen de aantasting van het primaat van de lezer.

Theo van Vugt
Theo van Vugt

din 22 dec 2009, 16:51

@Theo: Noem jij je lezers nou apen?

Even zereneus: ik denk dat ook de adverteerder/opdrachtgever gebaat is bij een model waarbij lezers zo min mogelijk geërgerd worden. Een model dat toegevoegde waarde biedt, relevantie en urgentie. Zie het model in de VS waarbij media maar ook journalisten gesponsord kunnen worden om zo journalistiek onafhankelijke content te maken. Het is aan de journalistiek om nu met interessante opties te komen, want, nogmaals, het beroep is stervende en in GROTE nood.

Wie daar zijn ogen voor sluit, is straks echt in de aap gelogeerd.


Remco Janssen

din 22 dec 2009, 16:58

Nee, echt niet. ik bedoel alleen maar dat lezers leidend zijn in ons business model en dat adverteerders gerespecteerde partners zijn die we graag toegang geven tot die bijzondere groep van lezers die we hebben. Maar niet ten koste van alles.

Theo van Vugt
Theo van Vugt

din 22 dec 2009, 17:18

Ik ben ontzettend serieus. Je moet je vertrouwen dat de lezer in je stelt niet beschamen. Daarom komen die adverteerders ook bij je. Omdat je lezers hebt die tijd nemen om de inhoud tot zich te nemen.

Als je snel geld wilt verdienen dan moet je die redactionele ruimte vooral meteen weggeven aan adverteerders, maar dan is het echt dood over twee jaar...

Overigens: adverteerders denken er ook genuanceerd over.

In 2006 bestond Tijdschrift voor Marketing 40 jaar en lieten we Synovate een onderzoek doen naar marketing in 2010.

Ik citeer hier dat stuk:

'redactionele onafhankelijkheid.

Een van de trends waar we met de marketeers over van gedachten hebben gewisseld, is ‘non-spot advertising’, een marketingaanpak waar op dit moment zo'n 12 procent van de organisaties gebruik van maakt, en waarvan in negen procent van de gevallen wordt gedacht dat het de komende vijf jaar belangrijker zal gaan worden.

De groepen die denken dat ‘non-spot advertising’ overschat dan wel onderschat wordt houden elkaar met respectievelijk 19 procent en 22 procent in evenwicht.

Hoe zal het de komende jaren gaan met die verschuiving van redactionele onafhankelijkheid naar commerciële invloeden?

Over een jaar of vijf zal de commerciële dominantie naar verwachting bijzonder groot zijn, en zullen de verschillen tussen programma's die je kunt zien bij de commerciële en publieke omroep op dit punt groot zijn. Zo verwachten de marketeers dat de inhoud van hobbyprogramma's, soaps en sportprogramma's bij de commerciëlen voor meer dan driekwart door commerciële motieven zal worden bepaald.

Ook als het gaat om het nieuws en de actualiteiten van commerciële omroepen zal er een flinke rol zijn weggelegd voor commerciële overwegingen bij de selectie van onderwerpen en de behandeling daarvan.

Dat wil niet zeggen dat de publieke omroepen gevrijwaard zullen blijven van die invloed, maar de marketeers verwachten wel dat de redactionele onafhankelijkheid daar groter zal zijn.

Bij sportprogramma's nog het minst (56 procent redactie tegen 44 procent commercie), maar bij nieuws en actualiteiten heel uitgesproken (80 procent redactie versus 20 procent commercie). Maar ook daar zien we de commercie toch voet aan de grond krijgen.

Bij printmedia zien we dat adverteerders over vijf jaar vooral veel invloed zullen hebben op lifestyle-artikelen in tijdschriften en kranten. Het krantennieuws zal voor zo'n 72 procent bestaan uit min of meer onafhankelijke keuzes van de redactie.

Ook bij de zoekmachines op internet zal de vercommercialisering verder voortgaan. Als we over vijf jaar een zoekterm intikken, denken marketeers dat het resultaat voor zo'n 30 procent beïnvloed zal zijn door de werkelijkheid, en voor zo'n 70 procent door commercie.

Is dat erg, al die commerciële invloed, moeten we ons dan afvragen?

Een groot deel van de marketeers denkt van wel: 63 procent vreest een groeiende achterdocht van consumenten. Het zal steeds moeilijker worden vast te stellen of iets waar is of niet, of iets goed is of niet, en of mensen in de media werkelijk zeggen wat ze menen of dat ze betaald bepaalde meningen ventileren.

Een derde ziet minder bezwaren, en is van mening dat de consumenten volwassen genoeg is om het verschil tussen onafhankelijkheid en commercie vast te stellen. Zo'n zes procent is zelfs van mening dat het feit dat de rol van commercie steeds minder zichtbaar is, nieuwe en aantrekkelijke mogelijkheden geeft voor marketeers.

Als ook u zou verwachten dat vooral de ouderen moeite zullen hebben met die grensvervaging, dan zit u er net als wij naast. Het is niet zo, sterker nog: de veertigplussers vinden het zelfs iets minder een probleem.'

Maar ja, dat was 2006, wellicht is er intussen veel veranderd...

Theo van Vugt
Theo van Vugt

din 22 dec 2009, 17:17

@Theo Grappig, wilde dat artikel eerst ook nog aanhalen maar vond het wat oud. Want ja, sinds 2006 is er wel veel veranderd. Maar de mening van adverteerders en lezers is denk ik niet zo veranderd. De grootste versnellers van het hele BC-verhaal zijn volgens mij dan ook niet zij maar eerder de media zelf (en niet de salesafdeling maar op (hoofd)redactie/uitgeversniveau). In de hoofd-boven-water-strijd en de strijd tegen 'gratis' zijn dit begrijpelijke zetten. Waarbij er, uitzonderingen daargelaten, best veel media zijn die de grens commercie-redactie prima behandelen.

Dat jij een mooi blad kunt maken en die kosten kunt dekken door met name abonnees; een zegen, koester dat. De vraag 'Heb ik zoveel betalende abonnees doordat ik een kwalitatief goed blad maak en juist niet zwicht voor commercie?'; dat is een interessante vraag die elke uitgever/hoofdredacteur zich constant moet stellen.

Anton-Jan Thijssen
Anton-Jan Thijssen

din 22 dec 2009, 17:42