Afgelopen eeuw is ons voedingspatroon revolutionair veranderd. En daarmee ook het systeem dat deze voeding teelt, verwerkt en distribueert. Nieuwe technologie heeft het mogelijk gemaakt om landbouwgrondstoffen superefficient te telen, onherkenbaar te transformeren en ongeacht het seizoen over de hele wereld te verspreiden. Waarde toevoegen heet dat. Maar valt er binnen het huidige systeem nog wel extra waarde te behalen? Is het niet tijd voor een nieuw tijdperk in de voedselindustrie met een andere kijk op 'waarde toevoegen'?
De voedselindustrie voegt in theorie grofweg op vier manieren waarde toe:
1- door producten lekkerder te maken
2- door producten goedkoper te maken
3- door producten makkelijker te maken
4- door producten gezonder te maken
In hoeverre worden deze beloften in de hedendaagse voedselindustrie nog waargemaakt? In hoeverre kun je van 'fabriekseten' zeggen dat het lekkerder, goedkoper, makkelijker en gezonder is dan 'oorspronkelijk' eten.
1- 'De industrie voegt waarde toe door producten lekkerder te maken'.
Over smaak valt niet te twisten. Als je wel eens gevast hebt dan weet je dat je smaakbeleving na zo'n vasten veel intenser is. Een appel smaakt opeens zo zoet als een klontje suiker (honger maakt rauwe bonen zoet?). Als je wel eens bij de McDonalds bent geweest dan ken je wel de ervaring dat je hebt zitten schransen, maar eigenlijk niets geproefd hebt en ook je honger nog niet gestild is. Toch kom je er terug.
Wat maakt dat we iets lekker vinden? Of dat we verlangen naar een product? Dat is meer dan smaak. Suiker is net zo verslavend als nicotine (weet ik uit eigen ervaring). En ook de context bepaalt heel erg of we iets lekker vinden. Hoeveel van wat bepaalt of we fabriekseten lekker vinden is intrinsiek, en hoeveel is ook toe te passen op oorspronkelijke voeding? Immers, als mijn schoonmoeder gekookt heeft gaat mijn hartje door de geur in huis sneller kloppen dan wanneer ik de grill van de McDonalds ruik. Misschien is een groot deel van de smaakwinst van fabriekseten wel gewoon een door marketing geschapen context, die net zo goed toe te passen is op oorspronkelijke voeding.
2+3- 'De industrie voegt waarde toe door producten goedkoper te maken' en 'gemakkelijker' te maken.
'Goedkoper' en 'makkelijker' zijn aan elkaar verwant. In feite praat je hier over functionele specialisatie. Vroeger werkte je 8 uur en besteedde je 2 uur aan het eten. Nu werk je 10 uur en maakt iemand anders je eten. Als je het goed doet, dan betaal je degene die je eten maakt minder dan dat jij in die 2 uur verdient. Gemak ontstaat doordat iemand anders het werk doet. Dit kan betaalbaar omdat functionele specialisatie schaal mogelijk maakt, en dus goedkoper eten.
Door almaar goedkoper te willen produceren worden er op allerlei manieren concessies gedaan aan de kwaliteit van het voedsel. In de primaire landbouw gaan industriële methoden gepaard met gifgebruik, bodemuitputting, afnemende voedingswaarde, steeds minder biodiversiteit, etc. Als je de prijs op basis van nutrientendichtheid zou afspreken in plaats van op basis van gewicht, dan zou er een heel andere dynamiek ontstaan. Daar zouden ze eens een keurmerk van moeten maken.
In de verwerkingsfase wordt er vervolgens nog meer voedingswaarde uitgefilterd. Raffinage, pasteurisatie, sterilisatie, homogenisatie, etc is er allemaal op gericht om het voedsel te ontleden en transformeren, omdat gestuurd wordt op maar enkele van de enorme hoeveelheden bestanddelen die het voedsel bevat. Zo wordt het voedsel vervreemd van zijn natuurlijke context, en hoewel er wetenschappers zijn die zeggen dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat dit schadelijk voor de gezondheid kan zijn vertrouwen veel mensen liever op hun gezond verstand. We weten immers niet wat we niet weten, dus laten we de natuur niet al te veel tarten.
Goedkoper is dus een relatief begrip: 1) systemisch gezien is het resultaat dat we harder moeten werken; en 2) in feite betaal je minder geld voor minder voedingswaarde. Maar dat is nog niet alles, want er worden allerlei verborgen kosten veroorzaakt. Schaalvergroting leidt tot systeemschade aan ecosystemen, biodiversiteit, lokale economieën, etc. En inferieur eten leidt tot gezondheidskosten. Het is niet vast te stellen welk gedeelte van de exploderende gezondheidskosten in Nederland voorkomen had kunnen worden door betere voeding, maar dat er een link is dat snapt zelfs de voedselindustrie want…
4- 'De industrie voegt waarde toe door producten gezonder te maken'.
Wat de wetenschap, overheid of grote producenten ook zeggen, consumenten hebben een instinctieve overtuiging dat hoe minder oorspronkelijk het voedsel, hoe ongezonder. Dit is een van de redenen dat er zo hard gelobbied wordt tegen labeling van GMO (genetisch gemanipuleerde organismen); men zou net zo goed een doodshoofd op de verpakking kunnen zetten. Het volk heeft helemaal geen bewijs nodig dat GMO potentieel gevaarlijk is; dat snappen ze zo ook wel. Dat sommige wetenschappers dat niet snappen is overigens boeiend.
Toch vertrouwt de consument er op dat de fabrikant zijn eten gezonder maakt. En zo heeft ze zich vijftig jaar wijs laten maken dat margarine gezond is en roomboter niet. Terwijl men nu 'weet' dat het tegenovergestelde waarschijnlijker is. Onze grootouders aten 'onbewust bekwaam'. Sinds de invoering van de schijf van vijf eten we echter 'bewust onbekwaam'. Mooie boel is dat. Ik zeg niet dat hier sprake is van een causaliteit, maar om nu te zeggen dat de voedselindustrie een bewezen positieve invloed heeft op ons voedingspatroon is een behoorlijke 'stretch of the imagination'.
Dat fabriekseten goed gepositioneerd is om lekkerder, goedkoper, makkelijker en gezonder te zijn dan oorspronkelijk eten valt dus best over te twisten. Waarde toevoegen betekent tegenwoordig minder voedingswaarde. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Een ding kan ik verzekeren: zolang we voedsel blijven reduceren tot een berg nutriënten gaan we deze puzzel niet oplossen. Het is tijd voor een nieuwe visie op waarde toevoegen in de voedselindustrie. Eentje die gebaseerd is op een heel simpel uitgangspunt: hoe oorspronkelijker het eten, hoe beter. Zonder door te slaan, want we hoeven niet terug in de tijd. Oorspronkelijk wil dus niet zeggen dat eten niet meer in een fabriek gemaakt kan worden. Drogen? Prima. Koken? Prima. Invriezen? Prima. Maar gegroeid in monocultuur met zware pesticiden, onrijp geoogst, de halve wereld over vervoerd, 27 bewerkingen en 15 geïsoleerde toevoegingen, waarvan de helft synthetisch? Dat is niet meer oorspronkelijk, dat is fabriekseten. En dat moet dus beter kunnen.
Met een login kun je automatisch reageren, krijg je toegang tot extra content en profiteer je van leuke kortingen. Nog geen login? Registreer nu!
Alleen voor leden:
Laatst toegevoegde download: ‘Haal de band aan met je kijker en lezer’
Speciale aanbieding: Molblog op Linkedin, Twitter en Facebook:

