Gisteren nam Giep Franzen in het Trippenhuis aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal afscheid van zijn Swocc. Hij blijft betrokken, maar laat het bestuurswerk nu aan anderen over.
Het werd een leuke bijeenkomst. Maar niet voor Philips.
In 1995 nam Giep het initiatief tot het Swocc-kenniscentrum aan de UvA en hij vertelde me trots in de wandelgangen: ‘Het is echt een succes geworden! De steun neemt alleen maar toe, ook financieel. En we presenteren vandaag de 49e Swocc-publicatie.’
Giep is een aardige, belezen man, die veel kennis over het marketingcommunicatievak bundelt. Met zijn Swocc heeft hij voortdurend onderzoek in gang gezet om vaak bestaande misvattingen te ondergraven en de kennis te vergroten.
Gisteren legde hij zijn bestuurstaak neer, hij wil niet meer vergaderen, en was er een afscheidsseminar. Een van de onderdelen was een discussie met Esther Kouwenhoven, die de brand identity bewaakt bij de divisie consumer lifestyle van Philips. Giep liet zijn licht schijnen over Philips merkportfolio.
Het werd een bloedbad.
Kouwenhoven liet routineus het organogram van Philips zien in de verkeerde veronderstelling dat ze daarmee ook de brandportfolio behandelde. Philips is één merk en alles valt onder dat merk. Punt.
Maar is het logisch? Welke discussies leven er? Wie maakt de keuzes?
Gerechtvaardigde vragen, maar de Philips-dame had geen antwoord.
En Giep bleef maar zijn kritische opmerkingen plaatsen. Een bloemlezing:
‘Ik heb me nog niet zo lang geleden in Philips verdiept en een onderzoek gevonden waarin naar voren kwam dat het Philipsmerk meer als huishoudelijk dan als digitaal wordt gezien. Dat is lastig als je mini-computers gaat verkopen. Of iets wilt doen in mobiele telefonie. Dat laatste was dan ook na 1,5 jaar weer voorbij’.
Kouwenhoven: ‘Maar we verdiepen ons wel in de consument. Nu komen er alleen nog maar nieuwe producten die gebaseerd zijn op value proposition houses en diepe consumenteninzichten.’
Giep: ‘Inzichten verzamelen heeft niets met merken te maken. Dan heb je het over innovatie. Ik heb het over de verhouding tussen merken en submerken. Wat is Philips? Kan dat product wel onder dat merk? Zegt het merk dan nog wel iets over het product?’
Hij haalde het voorbeeld aan van een recente acquisitie in Engeland, waarbij Philips ook zuigflessen en fopspenen binnen kreeg. Daar komt dan dus gewoon ‘Philips’ op te staan. Waanzin.
Onno Maathuis (ex-Positioneringsgroep) zat naast me en fluisterde in mijn oor: ‘Dat is toch de wet van de aardbeienjam. Naarmate je het meer en breed uitsmeert over vele boterhammen, proef je er steeds minder van..’
Giep Franzen ging nog even door: ‘Wat was beter geweest? Ik ken onderzoek uit 2008 waarin het merkbeleid wordt afgezet tegen de financiële resultaten. Er is onderzocht hoe veel merken een onderneming had en of er een verband was met het financiële resultaat. De uitkomst is helder: naarmate je meer merken hebt, doe je het financieel beter.
‘Ze hebben ook gekeken of de hoeveelheid categorieën waarin bedrijven actief zijn een verband heeft met winstgevendheid. Ook dat is duidelijk: als je meer doet en in meer categorieën actief bent, dan gaat dat ten koste van de winstgevendheid’.
De arme Kouwenhoven zat er bij en zei niets....

Giep zag dat en temperde: ‘We weten nog niet zoveel van deze materie. Ik begrijp alleen de keuzes van Philips niet altijd.... Low tech en high tech zijn niet verenigbaar onder één merk.’
En daarmee werden er toch wel ernstige twijfels opgeroepen over de vermeend succesvolle marketingoperatie van Philips van de laatste jaren. Ze hebben daar wel de klant naar binnen gehaald en het merk eenduidiger gemaakt. Maar in de discussie gisteren ging het vooral over de onlogische gevolgen als alles onder dat ene merk gestopt wordt.
Maathuis zei me nog: ‘Aan de ene kant verkopen ze zaken die simpel moeten zijn en aan de andere kant willen ze groot worden in medische apparatuur die alleen maar heel goed en complex moet zijn. Dat zorgt voor héél véél spanning.’
Giep memoreerde dat hij eerder kritisch had gewezen op het Philips-merk en toen had gezegd dat hij niet begreep waarom er ook wc-brillen onder het merk vielen. ‘De raad van bestuur heeft dat onderdeel toen meteen verkocht’.
- /Televisie voor je merkbouw, e-mail voor je klantbehoud?
- /Giep Franzen: Het Merk Na Nu
- /Giep Franzen: Het Merk Na Nu (deel2)
- /Philips gaat concurrentie met TomTom aan
- /Philips en de concepten van de toekomst, deel 2
- /En welk merk is het sterkste merk van Nederland?
- /Philips Living Colors wint Top of Flop 2007
- /Geert van Kuyck is de nieuwe CMO van Philips
- /Philips zit achter spaarlamplobby
- /Geert van Kuyck: de nieuwe cmo van Philips: ‘We gaan harde keuzes maken’
- /Philips gaat voor intensere merkbeleving
- /Philips heeft last van economische tegenwind
- /Simplicity Event 2008 van Philips: drie nieuwe concepten
- /Zeven vragen aan Geert van Kuyck, CMO van Philips
- /Philips stapt in de armaturen, lanceert led-lamp voor consumenten
- /Aliette van der Wal van P&G naar Philips
- /Philips ligt op groene koers
- /Genomineerde Marketeer of the Year 2009: Geert van Kuyck van Philips
- /Philips heeft beste reputatie
- /Tribal DDB ontwikkelt campagne Philips Cinema 21:9
- /Philip Kotler: scenarioplanning is noodzakelijk
- /Philips lanceert ook in Nederland zijn ‘sensuele stimulators’
- /Philips’ Twitter-campagne
Met een login kun je automatisch reageren, krijg je toegang tot extra content en profiteer je van leuke kortingen. Nog geen login? Registreer nu!
Alleen voor leden:
Laatst toegevoegde download: Logo’s leren lezen
Speciale aanbieding: Kom ook naar Digitaal Willen We Allemaal!



Een interessante discussie over de grenzen van merken. Je pikt toch op de een of andere manier meer van het merk Philips dan van andere merken.
Wat zou bijvoorbeeld je reactie zijn als Braun of Princess met een ‘sensuele stimulator’ op de markt kwam? Of Sony met een borstkolf? Ligt dat puur aan het merk Philips?
Elsbeth Eilander
woe 01 jul 2009, 16:10
swocc heeft een -wat gekuist- verslag: http://www.swocc.nl/activiteiten/brand_portfolio_-_dingen_die_w.php
Theo van Vugt
woe 01 jul 2009, 17:59
Allereerst, als ex-swoccer was het een feestje om bij deze bijzondere swocc meeting te zijn. Natuurlijk vanwege het feit dat Giep in het zonnetje werd gezet, maar ook vanwege het onderwerp, merkportfolio en -architectuur. Het was dapper van SWOCC om in 'free format' met twee cases aan de slag te gaan en dapper van Giep om te reageren op de open vraag: 'wat vind je ervan?'. Helaas leidde dit niet tot een discussie waarin de kernonderwerpen van merkportfolio aan de orde kwamen. Een gemiste kans voor SWOCC. En voor Philips en Rabobank. Want in plaats de nadruk op het issue 'hoe ver kan een merk stretchen?' had het kunnen gaan over de positionerende werking van het merkportfolio, de hardnekkige verwarring tussen organigram en merkportfolio (gedemonstreerd door Philips' Esther Kouwenhoven), besluitvorming, management tools, merkassociatie transfer en de cruciale rol van naming en design in merkarchitectuur.
Roland van der Vorst had gelijk: asperges maken van spaghetti is complex. Maar we weten er gelukkig meer van dan in de SWOCC meeting naar voren kwam.
kim cramer
woe 01 jul 2009, 23:53
Het was inderdaad een wat lastige setting voor Philips mensen, maar we moeten ons ook realiseren dat Philips vanaf de "oudheid" als industrieel merk heeft gefungeerd en door vele Philips keizers en baronnen als zodanig is behandeld. De recente draai naar meer marketingdrive en consumentisme met o.a. Sense en Simplicity is een goede, maar vraagt gezien de historie nog 1 of 2 decennia de tijd.
Overigens ben ik het met Giep roerend eens dat een dergelijke portfolio een aantal categoriemerken goed kan gebruiken onder de umbrella van Philips.
En dat hoeven er geen 30 merken te zijn zoals bij de Rabo groep.
Wellicht dat SWOCC een volgende keer dit breder kan uitdiepen met meer sprekers tegelijk over dit onderwerp.
Leo van Sister
Leo van Sister
don 02 jul 2009, 6:50
Gisteren in het FD: zet je merk niet te snel bij het oud vuil
Bij ING zullen de marketeers geschrokken zijn. Dat zakelijke klanten naar de Rabobank zouden lopen, hadden ze nooit verwacht, denkt Eveline Klopman. Zij is founding partner bij Value Positioning counsel. Dat bureau rekende voor ING uit hoeveel het Postbankmerk in de toekomst aan waarde kan opleveren. Voor haar is duidelijk: 'Postbank hadden ze nooit moeten opheffen.'
Dit bankbedrijf is niet de enige die van merken af wil. Het afgelopen jaar klopten veel dienstverleners aan, van uitgevers tot zorgbedrijven, die het geld niet meer hebben om alle merken in de lucht te houden. 'De omzetten lopen terug en men is geneigd rigoureus te saneren', zegt Klopman.
Die beslissing is vaak niet rationeel, maar politiek, merkt ze. 'Je raakt de hogere marge voor dat merk kwijt en er zullen klanten vertrekken. Als je dat uitrekent, stelt de marketinginvestering vaak niet zoveel voor. Postbank was ook bij zakelijke klanten boven elke twijfel verheven. Het werd gezien als een soort staatsbank. Daar vonden bankiers niets, maar het is nu best aantrekkelijk.'
Klopman adviseert nu vaak om waardevolle merken eerst een tijdje in de ijskast te zetten. 'Een sterk merk suddert wel een tijdje door. Postbank-klanten waren echt niet weggelopen als ING twee jaar gestopt was met reclamecampagnes. Het scheelt bovendien hoge integratiekosten. Analisten stellen vaker kritische vragen over merksaneringen. Ze hebben geleerd dat merken waarde vertegenwoordigen.'
Wie een strategisch merkportfolio wil bouwen, moet eerst weten welke merken en labels elkaar versterken. Aan die samenhang mankeert het nogal eens, weet Klopman. Vaak ontstaat in de loop der jaren een wankel bouwwerk van algemene merken, doelgroepmerken, productmerken en losse initiatieven.
Het belangrijkst bij de keuze in welke merken het beste geïnvesteerd kan worden is wat een merk in de toekomst aan inkomsten kan binnenbrengen. Daarvoor berekenen ze bij Value Positioning counsel de merkwaarde op verschillende markten, zoals de kapitaalmarkt, de inkoopmarkt, personeelsmarkt en de klantenmarkt.
Merkinvesteringen moeten vooral gedaan worden in merken die het hoofdmerk laden, zegt Maarten den Ottolander, eveneens partner van Value Positioning counsel. 'Merken die dit versterkend effect niet hebben, kunnen alleen om opportunistische redenen in het portfolio blijven. Misschien omdat het melkkoeien zijn, of merken die nieuwe klanten aantrekken.'
In een recessie als deze moeten bedrijven al hun merken herpositioneren, meent Klopman. 'Veel managers denken: laat de merken maar kannibaliseren, dat houdt ze scherp. Maar het draait nu om het binnenhouden van klanten. Bij veel lokale Rabobanken werden vermogende klanten onvoldoende aangemoedigd om door te stromen naar Schretlen & Co. Uiteindelijk was Van Lanschot Bankiers de lachende derde.'
Het berekenen van welke merken mogen blijven is geen exacte wetenschap, zegt Klopman, maar volgens haar kun je met het doorberekenen van verschillende scenario's een heel eind komen.
'Marketingkosten zijn maar een heel klein gedeelte van de sanering. Het opheffen van een merk kan ertoe leiden dat concurrerende merken hun kansen schoon zien. Je verliest zo 30 tot 40% van je klanten. In het huidige tijdsgewricht zijn alle partijen daar agressief in geworden. Concurrenten lachen als een merk ter discussie staat.'
Theo van Vugt
don 02 jul 2009, 11:22